Rugby

Playing by the rules: Rugby

De Britten nemen hun sporten uiterst serieus. Naast tennisspektakel Wimbledon en een uitgebreide voetbalcultuur zijn sporten als polo, cricket, golf, rugby, roeien en hondenrennen enorm populair in Groot-Brittannië. Voor ons zijn ze niet allemaal even bekend, daarom hier per sport een kleine stoomcursus met spelregels

Bij rugby draait alles om de bal: je moet ‘m zien te bezitten, afpakken, ermee rennen, er tegenaan schoppen en punten mee scoren. Dat doe je met twee teams tegenover elkaar en een ovale bal die over de doellijn van de tegenstander gedragen moet worden en tegen de grond wordt gedrukt om te scoren. In tegenstelling tot andere sporten mag je bij rugby duwen en trekken. Een rugbyteam bestaat uit vijftien spelers en er zijn drie manieren om aan de bal te komen: scrummen, tackelen en line out.

Een scrum is wanneer een groep van iedere partij elkaar voorovergebogen probeert weg te duwen om de bal te veroveren. Bij een tackle maai je de tegenstander met je armen tegen de grond om de bal af te kunnen pakken. Zolang je het hoofd en de nek niet raakt, mag dat gewoon. Naast de scrum en de tackle heb je nog de line out waarbij spelers achter elkaar staan opgesteld om de bal te veroveren die vanaf de zijlijn wordt ingegooid.

Er zijn vier soorten punten te behalen: try (5 punten), conversie (2 punten), penalty (3 punten) en drop goal (3 punten). Een try is wanneer de bal op de grond wordt gedrukt in het doelgebied achter de doellijn van de tegenstander. Na een try kan het team proberen twee extra punten te scoren door de bal tussen de palen en over de dwarslat te schieten, dat heet conversie. Een penalty krijg je bij overtreding van de tegenstander: een trap richting het doel. Een drop goal wordt gemaakt wanneer een speler de bal het doel intrapt vanuit een open spelsituatie.